Appelvink

Coccothraustes coccothraustes

Orde:Zangvogels (Passeriformes)
Familie:Vinken (Fringillidae)
Lengte:16 tot 18 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Loofbossen
Naaldbossen
Toelichting
Periode:
Het gehele jaar
Toelichting
Aantal broedparen:Minder dan 10.000
Toename of afname:Constant

Kenmerken

De rug is bruin van kleur
De onderzijde is lichter bruin
De snavel is groot en kegelvormig
Er is een zwarte keelvlek aanwezig
Over de vleugels loopt een witte streep
Er is een grijze halsband aanwezig
De staart heeft een witte eindband

Omschrijving

De appelvink is behalve door het opvallende verenkleed goed te herkennen aan de enorm grote snavel. Ook vallen het forse postuur en de erg kleine staart op. Opmerkelijk is ook de metaalachtige glans die soms zichtbaar is op de zwarte delen van de vleugels. In de vlucht zijn de witte vleugelstreep en de witte eindband van de staart goed zichtbaar.

Dankzij de opmerkelijke vorm van de snavel kan de vogel noten kraken die voor andere vogels oneetbaar zijn. Behalve noten eet de vogel ook zaden en jonge planten. De appelvink leeft voornamelijk hoog in de toppen van bomen, waar de vogel vlak bij boomstam een groot nest bouwt. Op de grond hipt de vogel rond met opvallend grote sprongen. Appelvinken blijven 's winters in hetzelfde gebied, maar bevinden zich dan minder in de boomtoppen.

Zie ook: Vink, Groenling, Kneu, Putter en Goudvink