Bosruiter

Tringa glareola

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Lengte:18,5 tot 21 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Moeras
Zee en kust
Meren
Toelichting
Periode:
Zomergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Geen

Kenmerken

De bovenzijde is grijsbruin met kleine, witte vlekken
De onderzijde is wit van kleur
Op de staart bevinden zich smalle, witte dwarsbanden
De poten zijn groenachtig
Er is een lichte wenkbrauwstreep aanwezig

Omschrijving

Net als de witgat heeft ook de bosruiter een grijsbruine bovenzijde met kleine, witte vlekken. De vlekken zijn echter groter en duidelijker zichtbaar dan bij de witgat. Ook is de bosruiter te herkennen aan de lichte wenkbrauwstreep, die bij de witgat minder duidelijk zichtbaar is en niet voorbij het oog reikt.

De bosruiter is in Nederland als broedvogel verdwenen. De vogel broedt nog wel in Scandinavië en Rusland. Het nest wordt bijna altijd op de grond gebouwd, dit in tegenstelling tot de witgat die de voorkeur geeft aan oude nesten in bomen. De vogel overwintert in Afrika en doet tijdens de trek ook Nederland aan. De vogel zoekt dan voedsel op ondergelopen graslanden en moddervlakten, vooral in binnenland, maar ook langs de kust.

Zie ook: Witgat, Tureluur, Groenpootruiter, Poelruiter en Zwarte ruiter