Breedbekstrandloper

Limicola falcinellus

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Lengte:15 tot 18 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Moeras
Zee en kust
Toelichting
Periode:
Dwaalgast
Toelichting
Aantal broedparen:Geen

Kenmerken

De bovenzijde is donker, met lichte randen langs de veren
De onderzijde is vaalwit van kleur
De snavel is relatief lang en breed
Het voorste gedeelte van de snavel buigt licht naar beneden
Boven het oog lopen twee lichte strepen, die vlak bij de snavel bij elkaar komen

Omschrijving

De snavel van de breedbekstrandloper is voor een strandloper relatief lang en breed. Aan weerszijden van de kop bevinden zich twee opvallende lichte strepen die bij de snavel bij elkaar komen. De breedbekstrandloper lijkt op de bonte strandloper, maar heeft in de zomer geen zwarte buik. In de rest van het jaar, als ook de bonte strandloper geen zwarte buikvlek heeft, is de breedbekstrandloper te herkennen aan de koptekening, de relatief korte poten en het langgerekte lichaam.

De vogel broedt in natte hoogveengebieden in Scandinavië en West-Rusland. Het mannetje maakt enkele nesten, waaruit het vrouwtje een keuze maakt. Nog voor de jongen kunnen vliegen, trekt het vrouwtje al naar het zuiden. De vogel overwinterd in Oost-Afrika en Zuidwest-Azië. Tijdens de trek komen kleine aantallen breedbekstrandlopers door Nederland.

Zie ook: Bonte strandloper, Grutto, Tureluur, Wulp en Houtsnip