Geelpootmeeuw

Larus michahellis

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Meeuwen (Laridae)
Lengte:52 tot 58 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Zee en kust
Meren
Rotsachtige kusten en eilanden
Toelichting
Periode:
Zeldzaam
Wintergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Enkele tientallen

Kenmerken

De kop en onderzijde zijn wit van kleur
De bovenzijde is lichtgrijs
De poten zijn heldergeel
De vleugelpunten zijn zwart van kleur
Laat in de zomer en in de herfst is de kop getekend met lichtgrijze strepen
De snavel is geel met een rode vlek bij het uiteinde
Onvolwassen vogels hebben een zwarte of donkere snavel
De rug van onvolwassen vogels is grijsbruin
Bij onvolwassen vogels eindigt de staart in een donkere band

Omschrijving

De gele poten van de geelpootmeeuw zijn het beste onderscheid met de in Nederland veel algemenere zilvermeeuw. Net als de zilvermeeuw heeft ook de volwassen geelpootmeeuw een lichtgrijze rug en een witte kop, borst en onderzijde. In de vlucht is te zien dat de vleugels van de geelpootmeeuw langer zijn, en meer zwart rond de punten hebben dan de vleugels van de zilvermeeuw. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door de iets langere staart van de eerste. Onvolwassen vogels hebben een grijsbruine rug, en een verenkleed dat grotendeels bezet is met donkere vlekken. De vlekken verdwijnen slechts langzaam, zodat de vogel pas na vier jaar het volwassen verenkleed draagt.

De geelpootmeeuw is sterker dan de zilvermeeuw gebonden aan de kust. Het broedgebied bevindt zich voornamelijk rondom de Middellandse-Zee, maar de vogels laten zich voornamelijk in de winter geregeld in West-Europa zien.

Zie ook: Zilvermeeuw, Kokmeeuw, Kleine mantelmeeuw, Stormmeeuw en Zwartkopmeeuw