Gierzwaluw

Apus apus

Orde:Gierzwaluwachtigen (Apodiformes)
Familie:Gierzwaluwen (Apodidae)
Lengte:17 tot 19 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Spanwijdte:40 tot 44 cm
Biotoop:
Stedelijk gebied
Toelichting
Periode:
Zomergast
Toelichting
Aantal broedparen:30.000 tot 60.000

Kenmerken

Het verenkleed is donkergrijs van kleur
De keel is lichter van kleur
De snavel is kort maar erg breed
De vleugels zijn erg lang en sikkelvormig
De staart is kort en gevorkt

Omschrijving

Door de gevorkte staart en de lange vleugels lijkt de gierzwaluw enigszins op een zwaluw, maar toch is de vogel niet verwant aan de echte zwaluwen. Gierzwaluwen onderscheiden zich onder meer door de snellere vlucht op langere vleugels. De vleugels zijn in de vlucht opvallend stijf en worden licht naar achteren gebogen. De gierzwaluw heeft in tegenstelling tot de in Nederland voorkomende zwaluwsoorten een donkere onderzijde. Soorten als de boerenzwaluw, huiszwaluw en oeverzwaluw hebben allen een grotendeels witte onderzijde. In het broedgebied maken groepen gierzwaluwen hun aanwezigheid vaak kenbaar door hun kenmerkende roep. Door de lange, stijve vleugels is de gierzwaluw in staat om snelheden tot zo'n 160 kilometer per uur te halen, terwijl de vogels toch wendbaar blijven.

Gierzwaluwen broeden in Nederland meestal in holen in gebouwen in steden. Door de veranderende manier van bouwen zijn er in moderne gebouwen steeds minder gaten en openingen waar de gierzwaluw een nest kan bouwen. Er worden tegenwoordig soms speciale stenen of dakpannen gebruikt die de gierzwaluw een mogelijkheid bieden om ook in moderne gebouwen te gaan broeden. De wetenschappelijke naam van de gierzwaluw is Apus apus, wat 'zonder poten' betekent. De poten van de gierzwaluw zijn inderdaad vrij klein en niet bijzonder krachtig, maar toch kan de vogel deze prima gebruiken om bijvoorbeeld verticaal een nest in te kruipen. De gierzwaluw blijft het grootste deel van zijn leven in de lucht en komt zelfs niet aan de grond om te rusten.

Het voedsel bestaat uit insecten die al vliegend gevangen worden, drinken doet de vogel voornamelijk door met geopende snavel vlak over een wateroppervlak te scheren. Bij slecht weer kunnen gierzwaluwen wegtrekken naar gebieden waar meer insecten te vinden zijn. Eventuele jongen kunnen hierbij in de steek gelaten worden en deze zijn dan ook in staat om enkele dagen zonder voedsel te overleven. Vanwege de afhankelijkheid van insecten is de gierzwaluw een trekvogel die alleen in de zomer in Nederland is om te broeden. De eerste vogels komen het land pas binnen rond eind april, en begin augustus zijn de meeste al weer verdwenen richting Afrika, waar ten zuiden van de evenaar overwinterd wordt.

Zie ook: Boerenzwaluw, Huiszwaluw en Oeverzwaluw

Meer informatie over de gierzwaluw is ook te vinden op Stichting Gierzwaluwenwerkgroep - Nederland.