Groenling

Chloris chloris

Orde:Zangvogels (Passeriformes)
Familie:Vinken (Fringillidae)
Lengte:14 tot 16 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Stedelijk gebied
Agrarisch gebied
Struiken
Loofbossen
Naaldbossen
Toelichting
Periode:
Het gehele jaar
Toelichting
Aantal broedparen:Ongeveer 100.000
Toename of afname:Sterke toename

Kenmerken

Het verenkleed van het mannetje is groen
Er is een gele vleugelrand aanwezig
De staartzijden zijn geel van kleur
Het vrouwtje is minder fel gekleurd dan het mannetje

Omschrijving

De bouw van de groenling is nagenoeg gelijk aan die van de vink, maar door het groene verenkleed van met name met het mannetje is de groenling onmiskenbaar. In de winter bevinden zich nog bruine randjes aan de veren, zodat het groene verenkleed 's winters minder opvallend is. Gedurende de winter slijten de randjes van de veren, zodat in het voorjaar het zomerkleed weer zichtbaar wordt. De groenling is behalve aan de kleur ook goed te herkennen aan de typerende zang, die regelmatig in een zangvlucht voorgedragen wordt. Door de groengele vleugelranden en de gele staartzijden is de vogel ook in de vlucht goed te herkennen.

In de winter trekt een deel van de populatie weg, maar tegelijk overwinteren vogels uit het noorden in Nederland, zodat het aantal vogels min of meer constant blijft.

Zie ook: Vink, Kneu, Putter, Appelvink en Goudvink