IJsgors

Calcarius lapponicus

Orde:Zangvogels (Passeriformes)
Familie:Gorzen (Emberizidae)
Lengte:14 tot 15,5 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Zee en kust
Struiken
Toelichting
Periode:
Wintergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Geen

Kenmerken

De kop en de borst van het mannetje zijn in het zomerkleed zwart en met een witte streep gescheiden van het roodbruine achterhoofd
De borst en de kop van het vrouwtje zijn bedekt met donkere vlekken
Het achterhoofd van het vrouwtje is roodbruin van kleur
Het mannetje heeft in de winter een bruine streep over de vleugels, aan beide zijden begrensd met witte strepen

Omschrijving

In het zomerkleed is het mannetje van de ijsgors door de kenmerkende koptekening duidelijk te herkennen. Het roodbruine achterhoofd wordt in dit verenkleed van de rest van de kop gescheiden door een witte wenkbrauwstreep die vanaf het oog, via het achterhoofd naar de flank loopt. Het vrouwtje heeft een minder opvallend verenkleed, met slechts donkere vlekken op de kop en de borst, terwijl deze bij het mannetje egaal zwart zijn. In het winterkleed is het mannetje minder opvallend gekleurd, en is dan te verwarren met het mannetje van de rietgors. De vogel is in deze periode te herkennen aan de bruine en witte strepen op de vleugels.

De Europese ijsgorzen broeden in de toendragebieden van Scandinavië en Rusland. Het mannetje maakt op de grond een nest, dat aan de binnenkant bekleed wordt met zachte veren. In de winter trekken de meeste vogels naar Zuid-Rusland, maar er zijn ook vogels die overwinteren langs de kusten van de Noordzee.

Zie ook: Rietgors, Geelgors, Grauwe gors, Ortolaan en Sneeuwgors