Kleine vliegenvanger

Ficedula parva

Orde:Zangvogels (Passeriformes)
Familie:Vliegenvangers (Muscicapidae)
Lengte:11 tot 12 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Loofbossen
Naaldbossen
Toelichting
Periode:
Zeldzaam
Zomergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Hooguit enkele

Kenmerken

De bovenzijde grijsbruin
De onderzijde is beige van kleur
Het oog is zwart met een dunne, lichte ring
In het zomerkleed heeft het mannetje een grijze kop met een oranje keelvlek
De staart is zwart met bij de basis witte zijden

Omschrijving

Door de grijze kop en de oranje keelvlek lijkt het mannetje van de kleine vliegenvanger in het zomerkleed op de roodborst. Hoe ouder het mannetje is, hoe groter deze keelvlek. Het vrouwtje en het mannetje in het winterkleed zijn minder opvallend, met een bruingrijze bovenzijde en een vaalwitte onderzijde. In alle kleden is de vogel echter te herkennen aan een lichtblauwe tot witte ring om het oog. De staart is zwart met aan weerszijden een grote witte vlek. Jonge vogels hebben in de eerste winter een dunne vleugelstreep.

De kleine vliegenvanger is de kleinste Europese vliegenvanger en is weinig schuw. De vogel zit doorgaans horizontaal op een tak, waarbij de staart opgericht wordt.

De vogel broedt met name in Oost-Europa en is in Nederland een onregelmatige en zeldzame broedvogel. Tijdens de trek naar het zuiden doet slechts een klein aantal vogels Nederland aan.

Zie ook: Roodborst, Bonte vliegenvanger en Grauwe vliegenvanger