Kokmeeuw

Larus ridibundus

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Meeuwen (Laridae)
Lengte:35 tot 39 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Stedelijk gebied
Moeras
Zee en kust
Agrarisch gebied
Meren
Toelichting
Periode:
Het gehele jaar
Toelichting
Aantal broedparen:Ruim 100.000
Toename of afname:Lichte afname

Kenmerken

Het verenkleed is wit met een grijze rug
In het zomerkleed is de kop donkerbruin van kleur met een witte ring om het oog
In het winterkleed bevindt zich een donkere vlek achter het oog
De vleugeltoppen zijn zwart van kleur
De poten en de snavel zijn oranje

Omschrijving

In het zomerkleed is de kokmeeuw dankzij de donkerbruine kop een goed te herkennen meeuw. In de winter kleurt de kop echter wit, op een kleine vlek achter het oog na. Deze vlek onderscheidt de vogel in de winter van de iets grotere stormmeeuw. Een andere gelijkende soort is de zwartkopmeeuw, een in Nederland zeldzame soort met langere poten en in het zomerkleed een zwarte in plaats van donkerbruine kop.

De kokmeeuw is de meest algemene meeuw van Nederland, die het gehele jaar behalve langs de kust ook in grote aantallen in het binnenland voorkomt. De vogel broedt in kolonies in moerassen en meren in het binnenland, maar ook in duinen of kwelders langs de kust. De kolonies zijn erg luidruchtig en de vogels verdedigen het gebied gezamenlijk tegen vijanden. Sommige andere vogels maken gebruik van deze waakzaamheid door zelf het nest in de buurt van, of soms zelfs te midden van een kokmeeuwenkolonie te bouwen. In de winter verplaatst de Nederlandse populatie zich gedeeltelijk naar de kust en wordt dan aangevuld met vogels uit andere delen van Europa.

Zie ook: Zwartkopmeeuw, Stormmeeuw, Kleine mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Grote mantelmeeuw