Krombekstrandloper

Calidris ferruginea

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Lengte:19 tot 22 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Moeras
Zee en kust
Toelichting
Periode:
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Geen

Kenmerken

In de zomer is de onderzijde gedeeltelijk oranje-bruin van kleur
De rug is bruin met donkere en lichte vlekken
De stuit is wit
Over de vleugels loopt een witte vleugelstreep
De snavel is omlaag gebogen

Omschrijving

De krombekstrandloper heeft zijn naam te danken aan de licht gekromde snavel, waardoor de vogel zich van andere strandlopers onderscheidt. Het mannetje heeft in de zomer opvallende oranje-bruine delen in het verenkleed. Ook het vrouwtje heeft in deze periode oranje-bruine delen, maar bij haar zijn deze veel minder fel. In het winterkleed hebben beide geslachten een grijsbruine boven- en een vaalwitte onderzijde. In tegenstelling tot andere strandlopers, loopt de krombekstrandloper vaak tot aan de buik in het water.

Broeden doet de krombekstrandloper op toendra's langs de kust van Siberië. Hier wordt het nest gebouwd op een door het vrouwtje gekozen, droge plek. Overwinteren doet de vogel in Afrika, waardoor de krombekstrandloper in kleine aantallen als doortrekker ook door West-Europa komt. De vogel doet tijdens de trek soms ook moddervlakten voor de Nederlandse kust aan, om zich hier te goed te doen aan kleine diertjes zoals wormen, kreeftachtigen en weekdieren.

Zie ook: Bonte strandloper, Drieteenstrandloper, Kanoet, Paarse strandloper en Temmincks strandloper