Lepelaar

Platalea leucorodia

Orde:Reigerachtigen (Ciconiiformes)
Familie:Ibissen (Threskiornithidae)
Lengte:80 tot 93 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Moeras
Zee en kust
Meren
Toelichting
Periode:
Zomergast
Toelichting
Aantal broedparen:Ruim 2.000
Toename of afname:Sterke toename

Kenmerken

Het verenkleed is voornamelijk wit met in het zomerkleed een gele borstband
De snavel is zwart van kleur met een geel uiteinde
Het uiteinde van de snavel is lang, plat en breed
In de broedtijd ontbreken de veren op de keel, zodat een oranje keelvlek ontstaat
In het zomerkleed bevindt zich een kuif van lange, afhangende veren op het achterhoofd

Omschrijving

Door de lepelachtige snavel is de lepelaar van dichtbij met geen enkele andere vogel te verwarren. Op grote afstand en in de vlucht lijkt de vogel enigszins op de zilverreiger. Hoewel de hals in de vlucht iets naar beneden hangt, wordt de hals niet in de voor reigers typerende S-vorm gehouden.

De unieke snavel gebruikt de lepelaar om onder water met heen en weer maaiende bewegingen prooidieren zoals kleine vissen op te jagen. Opgeschrikte prooien worden vervolgens met een snelle beweging uit het water gehapt.

Lepelaars broeden in Europa op slechts een beperkt aantal plaatsen, waaronder in Nederland. Door het verdwijnen van veel geschikte leefgebieden en door het droogmalen van moerassen en andere vochtige gebieden was de Nederlandse populatie lepelaars rond 1970 bijna uitgestorven. Door verschillende beschermingsmaatregelen en door vergroting van geschikte broedgebieden, broeden tegenwoordig weer meer dan duizend lepelaars in Nederland.

Zie ook: Grote zilverreiger en Kleine zilverreiger