Oeverloper

Actitis hypoleucos

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Lengte:18 tot 21 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Moeras
Zee en kust
Meren
Rivieren
Toelichting
Periode:
Zomergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Enkele paren
Bijzonderheden:De oeverloper staat op de rode lijst.

Kenmerken

De bovenzijde en de borst zijn grijsbruin met een donkere tekening
De onderzijde is wit
Tussen de borst en de vleugels bevindt zich een wit gedeelte
In de vlucht is een witte vleugelstreep zichtbaar
De staartzijden zijn wit en voorzien van donkere dwarsbanden

Omschrijving

De oeverloper komt vooral als doortrekker in Nederland voor en is dan van andere steltlopers zoals de bosruiter en de witgat te onderscheiden door de kortere poten. Ook het typische fourageergedrag waarbij de kop en de staart voortdurend heen en weer bewogen worden is een kenmerk van de oeverloper. In de vlucht is de vogel te herkennen aan de witte vleugelstreep. De vogel vliegt laag over het water met snelle, trillende vleugelslagen, afgewisseld met korte glijvluchten.

Zoals de naam al zegt is de oeverloper vooral te vinden langs de oevers van rivieren, beken en meren, bij voorkeur zijn deze oevers bedekt met kiezels. Ook het nest wordt gebouwd langs het water, goed verstopt tussen de planten. Het voedsel van de oeverloper bestaat voornamelijk uit insecten, maar ook wormen en kreeftachtigen worden gegeten.

De oeverloper broedt vooral in Scandinavië en Oost-Europa en slechts bij hoge uitzondering in Nederland. Op weg naar het overwintergebied rond het Middellandse-Zee gebied trekken veel vogels door Nederland, een klein aantal vogels blijft in Nederland overwinteren.

Zie ook: Witgat, Bosruiter, Grutto, Tureluur en Wulp