Rosse franjepoot

Phalaropus lobatus

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Lengte:20 tot 22 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Zee en kust
Toelichting
Periode:
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Geen

Kenmerken

In het zomerkleed zijn de onderzijde en de borst bruinrood van kleur
De bovenzijde is in het zomerkleed zwart met lichte randen langs de veren
De zijkant van de kop is 's zomers wit
In het winterkleed is de bovenzijde lichtgrijs met enkele donkere onderdelen
's Winters is de onderzijde is wit van kleur
Achter het oog bevindt zich in het winterkleed een donkere streep

Omschrijving

In het zomerkleed is de rosse franjepoot gemakkelijk van de grauwe franjepoot te onderscheiden door de geheel roodbruine onderzijde en de witte zijkant van de kop, die ook het oog insluit. Door de lichte randen langs de veren onstaat een schubpatroon op de rug. In het winterkleed is de vogel wit, met een grijze bovenzijde met enkele plekken donkere gedeelten. De grootte van de donkere gedeelten in het winterkleed nemen in de loop van de winter af. In het winterkleed is de vogel moeilijker te onderscheiden van de grauwe franjepoot. Het beste kenmerk is dan de dikkere snavel.

De rosse franjepoot broedt in de kleine meertjes langs de kust ver naar het noorden. De vogel laat zich buiten het broedseizoen maar zelden langs de kust zien en overwinterd op zee voor de Afrikaanse kust. Waarnemingen langs de Nederlandse kust vinden vooral plaats na een najaarsstorm.

Zie ook: Grauwe franjepoot, Grutto, Tureluur, Wulp en Houtsnip