Witgat

Tringa ochropus

Orde:Pleviervogels (Charadriiformes)
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Lengte:20 tot 24 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Moeras
Zee en kust
Meren
Toelichting
Periode:
Wintergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Geen

Kenmerken

De bovenzijde is grijsbruin en bedekt met kleine witte stippen
De onderzijde is wit van kleur
De stuit is wit
Op de staart bevinden zich enkele donkere dwarsbanden

Omschrijving

De witgat lijkt sterk op de oeverloper en de bosruiter. In de vlucht is de witgat te onderscheiden aan de smalle banden op de staart, de donkere achterrand van de vleugels en aan de poten die nauwelijks voorbij de staart steken. In het zomerkleed zijn de witte vlekken op de rug van de witgat minder groot en kleiner in getal dan bij de bosruiter. In het winterkleed zijn de lichte vlekken nauwelijks zichtbaar.

De witgat broedt in Scandinavië en Noordoost-Europa en nestelt in een oud nest, bij voorkeur in een boom. Overwinteren doet de witgat onder andere in het Middellandse-Zee gebied, waarbij de vogels ook door Nederland trekken. In Nederland is de vogel tijdens de trek vooral te zien in de buurt van kleinschalig, stilstaand water. Kleine aantallen witgatten trekken 's winters niet verder dan Nederland en laten zich dan de hele winter te zien.

Zie ook: Oeverloper, Bosruiter, Tureluur, Groenpootruiter en Poelruiter