Zwartkop

Sylvia atricapilla

Orde:Zangvogels (Passeriformes)
Familie:Zangers (Sylviidae)
Lengte:13 tot 15 cm
Geluid:
  © ETI BioInformatics, SoortenBank.nl
Biotoop:
Struiken
Loofbossen
Naaldbossen
Toelichting
Periode:
Zomergast
Wintergast
Doortrekker
Toelichting
Aantal broedparen:Ongeveer 300.000
Toename of afname:Lichte toename

Kenmerken

Het verenkleed is bij het mannetje grijs en bij het vrouwtje bruin
De bovenzijde is duidelijker donker dan de onderzijde
Het mannetje heeft een zwarte kopkap
Het vrouwtje heeft een bruinrode kopkap

Omschrijving

Hoewel het mannetje en het vrouwtje van de zwartkop verschillende kleuren hebben, zijn de overeenkomsten duidelijk. Bij beide geslachten is de bovenzijde donkerder van kleur en is er een kopkap aanwezig. Bij het mannetje is het verenkleed grijs met een zwarte kopkap, terwijl het vrouwtje een grijsbruin verenkleed heeft met een bruine kopkap. Jonge vogels lijken op het vrouwtje. Bij jonge mannetjes komt het zwart het eerst door aan de onderzijde van de veren, zodat het bruin het laatst uit de toppen van de veren verdwijnt.

De zwartkop is meestal verscholen in dicht struikgewas en laat dan alleen zijn zang horen. De zang begint met een gekwetter en gaat dan met een duidelijke overslag over in zuivere fluittonen.

Slechts een klein deel van de populatie zwartkoppen overwintert in Nederland, de meeste vogels trekken naar het Middellandse-Zeegebied.

Zie ook: Grasmus, Tuinfluiter, Braamsluiper, Tjiftjaf en Fitis