| |
 | Orde | : | Scharrelvogels (Coraciiformes) |  | Familie | : | Bijeneters (Meropidae) |  | Lengte | : | 25 tot 29 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Soms enkele paren | |
|
Kenmerken | Het verenkleed is voornamelijk blauw van kleur |  |
De rug is grotendeels geel |  |
Er is een zwarte oogstreep aanwezig |  |
De keel is geel van kleur |  |
De kruin is roodbruin gekleurd |  |
De middelste staartveren zijn verlengd |
| | |  |
Omschrijving
Door het bonte verenkleed is de bijeneter een onmiskenbare vogel, die in Europa voornamelijk rond het Middellandse Zeegebied broedt. De vogel overwintert in Zuid-Afrika en bij de terugkeer naar het broedgebied vliegt de vogel soms door tot in Nederland, waarbij de vogel in een enkel geval zelfs tot broeden overgaat.
Grote insecten zoals bijen en wespen vormen het belangrijkste voedsel van de bijeneter. De insecten worden in de vlucht gevangen, waarbij de vogel meestal vanaf een zitpost jaagt op langsvliegende insecten. Het nest wordt gebouwd aan het eind van een zelf gegraven nestgang van ruim een meter lang. De vogel komt meestal voor in de buurt van water. Behalve voor het rijke voedselaanbod in deze gebieden ook voor de aanwezigheid van steile wanden die geschikt zijn als broedplaatsen.
|