| |
 | Orde | : | Zangvogels (Passeriformes) |  | Familie | : | Kwikstaarten (Motacillidae) |  | Lengte | : | 15,5 tot 18 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Enkele tientallen |  | Bijzonderheden | : | De duinpieper staat op de rode lijst. | |
|
Kenmerken | Het verenkleed is lichtbruin met donkere vlekken en strepen |  |
De onderzijde is vaalwit van kleur |  |
Op de vleugel bevindt zich een rij donkere vlekken |  |
Er is een lichte wenkbrauwstreep aanwezig |
| | |  |
Omschrijving
De duinpieper is een onopvallend gekleurde kwikstaart die met name voorkomt op kale bodems, zoals stuifzanden, onbegroeide stukken in heidevelden en in de duinen. De vogel lijkt op de boompieper, maar heeft minder duidelijke strepen op de bovenzijde en geen of nauwelijks zichtbare strepen op de onderzijde. Ook zijn de poten en de staart wat langer. De vogel wordt meestal lopend gezien in een rechtopstaande houding.
Tegenwoordig is de duinpieper als broedvogel in Nederland bijna uitgestorven, er broeden jaarlijks hooguit nog enkele tientallen broedparen. De sterke afname in de populatie kan verklaard worden door het verdwijnen van geschikte leefgebieden door de aanplant van bossen op voormalige stuifzanden.
|