| |
 | Orde | : | Kraanvogelachtigen (Gruiformes) |  | Familie | : | Kraanvogels (Gruidae) |  | Lengte | : | 96 tot 119 cm |  | Geluid | : | |  | Spanwijdte | : | 180 tot 220 cm |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Enkele paren |  | Bijzonderheden | : | De kraanvogel staat op de rode lijst. | |
|
Kenmerken | Het verenkleed is grijs van kleur |  |
De kop is zwart met een brede witte streep achter het oog |  |
Boven het oog bevindt zich een kale, rode vlek |  |
Het achterlichaam is bezet met lange, afhangende sierveren |
| | |  |
Omschrijving
De kraanvogel komt in Nederland bijna alleen als doortrekker voor, waarbij de vogels in gestrekte linies of in V-formaties overvliegen. In de vlucht is de kraanvogel door de grootte te verwarren met de blauwe reiger, maar de kraanvogel onderscheidt zich doordat kraanvogels in tegenstelling tot reigers vliegen met een gestrekte hals. Op de grond is de kraanvogel door de lange, afhangende staartveren en de koptekening met geen enkele andere vogel te verwarren.
In de broedtijd laten kraanvogels een indrukwekkende baltsdans zien, waarbij de vogels onder andere heen en weer lopen en met gespreide vleugels in de lucht springen. In de broedtijd is ook de luide trompetterende roep te horen. Door afname van het aantal vochtige broedgebieden is de populatie kraanvogels in Europa sterk afgenomen, waardoor er ook minder vogels door Nederland trekken.
|