| |
 | Orde | : | Nachtzwaluwachtigen (Caprimulgiformes) |  | Familie | : | Nachtzwaluwen (Caprimulgidae) |  | Lengte | : | 26 tot 28 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Minder dan 2.000 |  | Toename of afname | : | Sterke toename |
|
Kenmerken | De bovenzijde is bruin van kleur met een witte tekening |  |
De onderzijde is bruin en gestreept |  |
Bij het mannetje bevinden zich witte vlekken op de vleugeluiteinden en het uiteinde van de staart |
| | |  |
Omschrijving
Het verenkleed van de nachtzwaluw heeft een bruine kleur met een witte tekening, waardoor de vogel nauwelijks zichtbaar is op een ondergrond zoals boomschors of bladeren. De nachtzwaluw is alleen actief in de schemering en 's nachts. De vogel maakt overdag gebruik van de schutkleur door zich tegen de grond of een boomtak te drukken.
Het voedsel van de nachtzwaluw bestaat vrijwel alleen uit insecten, die in de vlucht gevangen worden, hiervoor kan de snavel erg ver opengesperd worden. De vogel is in Nederland sterk achteruit gegaan en broedt nog maar in weinig streken. In de winter trekt de vogel naar Afrika.
Een oude naam voor de nachtzwaluw is geitenmelker, omdat men dacht dat de vogel 's nachts bij schapen en geiten melk dronk. De nachtzwaluw had deze reputatie te danken aan de wijd open te sperren snavel en het verscholen leven dat de vogel leidt.
|