| |
 | Orde | : | Zangvogels (Passeriformes) |  | Familie | : | Kraaien (Corvidae) |  | Lengte | : | 54 tot 67 cm |  | Geluid | : | |  | Spanwijdte | : | 120 cm |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Minder dan 100 |  | Toename of afname | : | Constant |  | Bijzonderheden | : | De raaf staat op de rode lijst. | |
|
Kenmerken | Het verenkleed is geheel zwart |  |
De staart is wigvormig |  |
De snavel is groot en zwaar |  |
De keelveren zijn enigszins opgezet, waardoor de nek dikker lijkt |
| | |  |
Omschrijving
De geheel zwarte raaf lijkt veel op de zwarte kraai, maar is duidelijk groter en heeft een zwaardere snavel. In de vlucht is de raaf van andere kraaiachtigen te onderscheiden door de langere vleugels en de wigvormige staart. De raaf is een alleseter en heeft een groot territorium. Buiten de broedtijd maakt de raaf grote omzwervingen.
Tot het eind van de 18e eeuw broedde de raaf nog in alle Nederlandse provincies, maar door vervolgingen van de mens werd de vogel eind jaren 40 van de vorige eeuw uitgeroeid. Vanaf 1966 is de vogel opnieuw uitgezet, en met enig succes: momenteel zijn er weer enkele tientallen broedparen.
De raaf is onderwerp van vele mythen en sagen, zo werd bijvoorbeeld de Germaanse oppergod Wodan door raven op hoogte gehouden van wat er gebeurde in de wereld. In vele bijgeloven werd de raaf gezien als de brenger van onheil zoals de pest. Deze verhalen over de raaf vormden een belangrijke reden voor het verdwijnen van de vogel uit Nederland.
|