| |
 | Orde | : | Zangvogels (Passeriformes) |  | Familie | : | Kwikstaarten (Motacillidae) |  | Lengte | : | 17 tot 20 cm |  | Geluid | : | |  | Biotoop | : | |  | Periode | : | |  | Aantal broedparen | : | Enkele honderden |  | Toename of afname | : | Constant | |
|
Kenmerken | De rug en de bovenvleugels zijn grijs van kleur |  |
De onderzijde is geel |  |
Er is een witte wenkbrauwstreep aanwezig |  |
De kin en de keel van het mannetje zijn in het zomerkleed zwart van kleur |  |
In het zomerkleed is bij het mannetje een witte mondstreep aanwezig |  |
De kin en de keel van het vrouwtje zijn lichtgrijs van kleur |
| | |  |
Omschrijving
Door het voortdurende op en neer bewegen van de lange staart is de grote gele kwikstaart duidelijk als een kwikstaart te herkennen. Het verenkleed bevat duidelijk meer geel dan het verenkleed van de in Nederland zeer algemene witte kwikstaart. Door de grijze rug is de vogel te onderscheiden van de gele kwikstaart, die een grijs-groene rug heeft.
De grote gele kwikstaart is sterk gebonden aan schoon, stromend water. De vogel heeft veel te lijden gehad onder watervervuiling en het verdwijnen van de natuurlijke oevers. Door het verbeteren van de waterkwaliteit en het kunstmatig herstellen van de leefomgeving neemt de populatie momenteel weer in omvang toe.
|